Op schrale gronden in grote delen van Europa werd eeuwenlang landbouw bedreven waarbij de heide een onmisbare schakel vormde. De boeren onderhielden de heide, het leverde tenslotte het voedsel voor hun dieren en daarmee de broodnodige mest voor hun landbouwgronden. Ze haalden ook niet meer opbrengst eruit dan erin zat. Duurzame landbouw, avant la lettre.

Begin 1800 wisten een paar eenvoudige boeren uit Venray (Limburg) meer uit de schapenhouderij te halen: zij vertrokken met hun slachtrijpe schapen vanuit de Peel naar Parijs om ze daar te verkopen. De uitstekende kwaliteit van het Heidelam uit Limburg werd daarna tot in alle uithoeken van Europa, tot in Rusland toe, bekend.

Met de intensivering van de landbouw en de opkomst van de kunstmest en synthetisch textiel verloor het heideschaap haar aandeel in de landbouw. Het typische Heideschaap verdween. Andere schapenrassen en een intensievere schapenhouderij gericht op hoge productie en snelle groei namen haar plaats in. Daarmee verdween ook het zo karakteristieke cultuur historische landschap met de trekkende herder, zijn hond en de schaapskudde.

Inmiddels groeit het besef dat een karakteristiek landschap, een schoon milieu en een hoge biodiversiteit onmisbaar zijn voor een aangename leefomgeving. Herstel van deze gebieden kan uitstekend door de inzet van de trekkende en gehoede schaapskudde. Duurzame beheer met schapen blijkt het beste alternatief voor deze moeilijke gronden.

Landschapsbeheer de Wassum uit Venlo heeft de traditie in ere hersteld. De herders van de Wassum trekken met hun schaapskuddes weer over de heidevelden en natuurterreinen van Limburg, Gelderland en Noord Brabant. De Wassum beheert inmiddels één van de grootste kuddes van Nederland. En breidt zich nog steeds verder uit. En krijgen we een rijkere natuur met meer planten en diersoorten.

 

 
 
Actualiteiten

• Vers lamsvlees 2010